Ozonpieken

Ozonpieken komen voornamelijk in de zomer voor. In de stratosfeer (op grote hoogte) beschermt ozon ons tegen de zonnestralen, maar het is een gas dat giftig wordt als het in hoge concentraties aanwezig is op lage hoogte (troposfeer).  Het gaat hier om een “secundaire” polluent, die voornamelijk ontstaat uit de uitlaatgassen van voertuigen (stikstofdioxide of   NOX) en van vluchtige organische stoffen (VOS), ook wel gekend als “ozonprecursoren”) door een fotochemische reactie (om dit te realiseren is de straling van de zon nodig). Ozonpieken komen voor op erg warme en zonnige dagen – in de zomer dus – en als de weersomstandigheden de verplaatsing van luchtmassa’s beperken.

Een hoge ozonconcentratie in de lucht kan zorgen voor irritatie van de ogen, de neus, de keel, longontstekingen en astma-aanvallen, .... Erg ongemakkelijk voor kwetsbare personen. Ozon beschadigt ook de planten en vermindert de opbrengst van landbouwproducten.

Welke maatregelen?

Aangezien ozon secundair van aard is, is het in het algemeen al te laat om op te treden als de ozonpiek een feit is. Noodmaatregelen zoals het beperken van het verkeer in de stad hebben slechts weinig effect op de ozonconcentraties. In onze regionen (het noorden van Europa) en in stedelijk gebied zijn noodmaatregelen het beperken van het verkeer bij ozonpieken zelfs contraproductief en zorgen ze net voor een stijging van de ozonconcentraties (meer info hierover op de website van IRCELINE). Enkel structurele maatregelen die het ganse jaar door worden toegepast, zoals de vermindering van het wegverkeer en de creatie van koele zones, zijn echt doeltreffend om ozonpieken te bestrijden. Ozonalarmen worden eveneens geactiveerd door IRCEL (Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu) op basis van de Europese drempels. 

Meer info