Winterse verontreinigingspiek (ook smog genoemd)

Het “pollutiepiekplan”  wordt afgekondigd als de concentratie van fijn stof (PM10/PM2.5) en/of stikstofdioxide (NO2) in de atmosfeer bepaalde drempels bereiken. Deze verontreinigende stoffen bevorderen de ontwikkeling van ademhalings- en hartproblemen, bronchitis, astma, diverse allergieën, …

Hoe ontstaan pollutiepieken?

In de winter ontstaan pollutiepieken door de opeenhoping van verontreinigende stoffen, die voornamelijk afkomstig zijn van het autoverkeer en  de verwarming van gebouwen.  Ze doen zich voor bij specifieke weersomstandigheden zoals zwakke wind of bij het verschijnsel van thermische inversie. Dit is een atmosferisch verschijnsel waarbij een warme luchtlaag een koude luchtlaag in de atmosfeer bedekt zodat de verontreinigende stoffen laag bij de grond blijven hangen, als “onder een stolp”. 

In de lente kan er zich een pollutiepiek voordoen door de vorming van secundaire deeltjes, die niet rechtstreeks in de atmosfeer worden uitgestoten, maar ontstaan uit reeds in de lucht aanwezige verontreinigende stoffen (voornamelijk afkomstig van het autoverkeer en de landbouw, in de sproeiperiodes).

Hoe worden de alarmen afgekondigd? 

Hoewel deze fenomenen vaker voorkomen in de winter, kan het noodplan voor pollutiepieken  gedurende het ganse jaar geactiveerd worden en dus rekening houden met bepaalde vervuilingsfenomenen die eerder gerelateerd zijn aan de lente. 

De pollutiepiek-alarmen worden voor de betrokken regio's door IRCEL (Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu) geactiveerd . Elk Gewest heeft zijn eigen noodplan vastgelegd, maar de alarmdrempels 1 en 2 worden gelijktijdig geactiveerd in de 3 Gewesten. Het Brussels Gewest heeft bijkomende drempels vastgelegd om beter rekening te kunnen houden met zijn stedelijke context.

Waaruit bestaat het noodplan? 

Het noodplan bevat 4 drempels die hieronder in detail worden beschreven. De maatregelen hebben voornamelijk betrekking op het verminderen van de uitstoot van het autoverkeer door snelheidsbeperkingen of zelfs rijbeperkingen.

  • De informatie- en sensibiliseringsdrempel (drempel 0) wordt geactiveerd wanneer de over de laatste 24 uur gemeten concentratie (gemiddelde van de stations van het Brussels telemetrisch net) de vastgelegde grens overschrijdt (zie tabel), en indien de weermodellen geen aanzienlijke verbetering voorspellen voor de komende 24 uur (bijvoorbeeld geen wind of regen). Meer weten over de maatregelen bij de informatie en sensibilseringsdrempel. 
  • De informatie- en interventiedrempel (aanhoudende drempel 0) wordt geactiveerd als drempel 0 twee achtereenvolgende dagen geactiveerd is geweest en indien de weermodellen geen aanzienlijke verbetering voorspellen voor de komende 24 uur (bijvoorbeeld geen wind of regen). Meer weten over de maatregelen bij de informatie- en interventiedrempel.
  • Drempel 1 wordt geactiveerd binnen de 24 tot 48 uur voor de piek en indien er voorzien wordt dat de drempels minstens 2 dagen na elkaar overschreden zullen worden. Meer weten over de maatregelen bij drempel 1.
  • Drempel 2 wordt geactiveerd binnen de 24 tot 48 uur voor de piek en indien er voorzien wordt dat de drempels minstens 2 dagen na elkaar overschreden zullen worden. De eerste dag zullen de maatregen van drempel 2 toegepast worden en de tweede dag zal er een rijverbod van kracht zijn in heel het Brussels Gewest. Meer weten over de maatregelen bij drempel 2. 

 

    Glijdend 24-uur gemiddelde PM2.5 concentraties Daggemiddelde PM10 concentraties Dagelijkse maximale 1-uur waarden van NO2
Informatie- en sensibiliseringsdrempel 35 tot 50 µg/m³ 51 tot 70 µg/m³
Informatie- en interventiedrempel 35 tot 50 µg/m³ (voortbestaan van de informatiedrempel gedurende  2opeenvolgende dagen) 51 tot 70 µg/m³ (voortbestaan van de informatiedrempel gedurende  2opeenvolgende dagen)
Interventiedrempel 1 51 tot 70 µg/m³ 71 tot 100 µg/m³ 151 tot 200 µg/m³ 
Interventiedrempel 2 71 µg/m³ en meer 101 µg/m³ en meer  201 µg/m³ en meer

Wat te doen bij een pollutiepiek?

De volgende personen lopen een hoger risico:

  • personen met hart- of ademhalingsproblemen
  • personen die lijden aan astma
  • bejaarden en zeer jonge kinderen.

Het is voor deze mensen bijzonder raadzaam om geen intensieve en/of aangehouden fysieke inspanning te leveren (bijvoorbeeld joggen).
Afhankelijk van de concentraties van vervuilende stoffen in de omgevingslucht, van de duur van blootstelling, van de gevoeligheid van de blootgestelde personen en van hun activiteiten, kunnen volgende symptomen worden waargenomen:

  • een verminderde ademhalingsfuncties en cardiovasculaire problemen
  • meer ziekten aan de luchtwegen (bronchitis, etc.)
  • meer en ernstiger symptomen bij astmalijders of personen met chronische ademhalingsproblemen.